Beeld: Alda via Pixabay

Bijna iedereen roddelt weleens. Het schept een band met je gesprekspartner en het verschaft informatie. Zolang je niemands privacy schendt en geen lelijke dingen over anderen vertelt, is het ook vrij onschuldig. Maar wat als het echt kwaadspreken wordt? Psycholoog Pieternel Dijkstra geeft tips.

Bij het woord ‘roddelen’ denk ik meteen aan een huisfeestje van jaren geleden. Na een paar glazen wijn kwamen de verhalen los. De gastheer – laat ik hem Menno noemen – bleek leraar te zijn geweest op dezelfde middelbare school als een vriend van mij; óók een leraar, die ik hier Henk noem. Menno vertelde op meewarige toon, licht gnuivend, over Henks functioneren destijds. De strekking: Henk was een wat schlemielige figuur die totaal geen orde kon houden in de klas.
Dat verbaasde me. Mijn beeld van Henk was anders: een sociaal bewogen man, altijd betrokken bij het wel en wee van zijn leerlingen. Toch vroeg ik me af: is er iets waar van wat Menno zegt? Zo ja, wil Henk dat ik dit weet? En moet ik Menno hierop aanspreken?

‘Zachtjes terugduwen’

Dat laatste – het vingertje heffen en de roddelaar terechtwijzen – is niet nodig, vindt sociaalpsycholoog en relatietherapeut Pieternel Dijkstra. ‘Daarmee maak je het meteen heel zwaar. En je hoeft het ook niet op te nemen voor de persoon over wie wordt geroddeld. Punt is: je weet eigenlijk niet wat er wel of niet klopt. Misschien zit er een kern van waarheid in. Met de inhoud kun je je dus beter niet bemoeien. Wat je wél kunt doen, is reageren op het proces: er wordt negatief gesproken over iemand die er niet bij is. Dan kun je zachtjes terugduwen met iets neutraals als: “Nou ja, ik ken die situatie niet, dus ik kan er niks zinnigs over zeggen.” Die boodschap is vaak duidelijk genoeg.’

Ook roddels op de werkvloer kunnen toehoorders in een lastig parket brengen. Je staat samen bij de koffieautomaat en hoort dat een getrouwde collega ooit werd gespot in de rosse buurt. Of dat de echtgenoot van de secretaresse in het weekend vrouwenkleren draagt. Hoe reageer je?
‘Dat hangt af van je rol op het werk,’ zegt Dijkstra. ‘Als leidinggevende wil je misschien de sfeer bewaken en de verteller aanspreken. Maar zonder leidinggevende rol ben je ongewild getuige, een omstander. En als je dan denkt: dit gaat me te ver, kun je weer iets neutraals zeggen. Bijvoorbeeld: “Ach, we weten niet wat er precies aan de hand is.” Of: “Nou ja, dat moet die man toch lekker zelf weten?” Daarmee laat je doorschemeren: hiervoor moet je niet bij mij wezen. Zo begrens je het kwaadspreken indirect.’

Op de werkvloer

Roddelen kan kwaadaardig zijn als het bedoeld is om de positie van een ander te ondermijnen, door diegene verdacht of belachelijk te maken. ‘Vaak zit daar afgunst achter,’ zegt Dijkstra. ‘Bijvoorbeeld als iemand hard heeft gewerkt voor een baan die uiteindelijk naar een ander ging. Dan is roddelen een manier om die ander naar beneden te halen en zo het eigen zelfbeeld te redden. Maar roddels kunnen alleen bestaan bij de gratie van mensen die bereid zijn ernaar te luisteren. Merkt de roddelaar dat zijn verhaal niet wordt gewaardeerd, dan werkt dat ontmoedigend. Langs die weg kan er echt iets veranderen op een werkvloer waar veel wordt kwaadgesproken. Het is de oeroude Wet van Effect: belonen van gedrag leidt tot herhaling, gedrag dat wordt genegeerd dooft uit.’

Wat nu zodra je zélf het onderwerp van roddel bent? Als een vriend zegt: ‘Ik heb toch zó’n raar verhaal over jou gehoord…!’, wat doe je dan?
‘Laat het even bezinken,’ adviseert Dijkstra. ‘Daarna kun je proberen het te negeren. Maar blijf je denken: hallo zeg, dit laat ik niet zomaar over me heen komen!, vraag dan eerst na wat er precies is gezegd. Je was er immers niet bij. Benader de betrokkenen dan niet meteen boos, maar stel vriendelijk vragen, vanuit nieuwsgierigheid: “Er zijn rare dingen over mij verteld, maar het is me niet duidelijk hoe het zit. Wat weten jullie hiervan?” Eventueel kun je toevoegen: “Ik kan me nauwelijks voorstellen dat jullie zo over mij denken.”’

Onschuldig of giftig?

Toch hoeft roddelen niet verkeerd te zijn, benadrukt Pieternel Dijkstra. ‘Als er iets positiefs over iemand wordt verteld, schaadt dat diens imago niet. Soms gaat het om een leuk nieuwtje: “Hé, wist je dat die en die…?” Daar is weinig mis mee. Het is informatief, onderhoudend en schept verbondenheid. Soms is roddelen zelfs leerzaam. Hoor je bijvoorbeeld dat iemand iets heeft ondernomen dat slecht afliep, dan weet je: zo moet ik het dus niet aanpakken.’
Het doorslaggevende verschil zit kortom niet in het praten óver elkaar, maar in de intentie ervan: werkt het verbindend of beschadigend? Dat maakt roddels onschuldig of giftig.

(Dit artikel verscheen ook in het Nederlands Dagblad)

Waardeer je dit artikel?

Dan kun je dat laten blijken met een financiële bijdrage. Zo help je mij om als freelancer te blijven werken!

Mijn gekozen donatie € -