Foto: Het Nederlands Bach Consort, campagnebeeld
Terwijl Anti-Antifa afgelopen zaterdag het politiekorps van Den Haag bezighield, zat ik vredig te luisteren naar Het Nederlands Bach Consort onder leiding van Ed Spanjaard. Plaats van handeling was de Makersfabriek te Zwolle; industrieel erfgoed, dat inmiddels dient als creatieve broedplaats voor diverse kunstenaars.
Direct na binnenkomst zie je al in de gang al tegelreliëfs die invloeden van Hundertwasser verraden. In de zaal waar het concert plaatsvindt, zien we een ijsbeer boven de bar: glanzend van glazuur, maar tegelijk licht gehinderd door een iets te lang gordijn dat nét zijn rug raakt.

De twee artistiek leiders van Het Nederlands Bach Consort, sopraan Heleen Koele en countertenor Sytse Buwalda, hadden een filosofisch en maatschappelijk relevant programma samengesteld. ‘De Aarde spreekt‘ luidde de titel, met de even wonderschone als weemoedige ondertitel: ‘En de lente zal zich ons nauwelijks herinneren.’ De achterliggende intentie was niet te missen: namelijk ons via schoonheid aan het denken zetten over hoe de mensheid met de aarde omgaat. Zelf schrijft het Consort op de website:
”De Aarde Spreekt’ volgt de aarde vanaf haar ontstaan tot aan de schijnbaar onvermijdelijke Apocalyps. De muziek die we uitgezocht hebben laten twee verschillende stemmen van de aarde horen: de door mensen getergde aarde die het op haar gepleegde misbruik pareert met natuurrampen zoals overstromingen en aardbevingen. Maar ook de natuur in haar eigen element met de mens op de achtergrond; een oase van ongerepte, grillige schoonheid en rust.’
Wereldpremière
Zo hoorden we teksten van Khalil Gibran uit ‘Sand and Foam’ getoonzet door tenor en componist William Knight onder dezelfde titel. Het tweeluik beleefde in dit programma zijn wereldpremière, waarbij beide panelen, ‘Genesis’ en ‘Apocalyps’ het concert openden en besloten. De twaalfstemmige ‘Missa Ecce terra motus’ (‘de aardbevingsmis’) van Antoine Brumel was ingenieus verweven met drie etherische ‘Plainscapes’ van Pēteris Vasks en twee veelzeggende Bachkoralen: ‘Wie schön leuchtet der Morgenstern’ en ‘Wenn ich einmal soll scheiden’.
En ach, wat werd alles prachtig uitgevoerd. Wat een ontroerend, maar tegelijk hondsmoeilijk werk heeft die William Knight geschreven! Ook de ‘Plainscapes’ van Vasks (een van mijn favoriete hedendaagse componisten) waren intens, adembenemend, emotionerend – precies zoals je ze wilt horen. Met een prominente aandeel daarin van de fantastische strijkers, violiste Sarah Kapustin en cellist Diederik van Dijk, met bijna hypnotiserende flageoletten.
Akoestiek
Wat een gigantisch werk moet het zijn geweest om de vijftiende-eeuwse ‘Missa ecce terra motus’ in te studeren, zowel voor de vocalisten en dirigent Ed Spanjaard! Ik moest wel even wennen aan de complexe polyfonie in de vrij droge akoestiek van de Makersfabriek. Deze ruimte trotseren leek me voor de zangers eerlijk gezegd een hele toer. Maar de intonatie bleef zuiver, de inzetten onberispelijk. En het akoestische nadeel had ook een voordeel, namelijk dat je de twaalf stemmen, met alle affecten daarbinnen, nu afzonderlijk kon volgen. De structuur van de polyfonie lag volkomen bloot, zeg maar, waar de zanglijnen in een grote kerk meestal met elkaar vervloeien. Vooral het Sanctus klonk vitaal en juichend. Ook beide Bachkoralen vielen op door de aandachtige frasering en subtiele dynamiek.
Het Nederlands Bach Consort, dat volgend jaar zijn eerste lustrum viert, is een vocaal ensemble van grote klasse. Een aanwinst voor de Nederlandse cultuur, als toonbeeld van toewijding en dienend leiderschap.
Waardeer je dit artikel?
Dan mag je je waardering ook laten blijken met een financiële bijdrage. Zo help je mij om als freelancer te blijven werken!
