Beeld: Marc Floor (foto Floris Christiaans)
In 2021 nam Marc Floor als veertienjarige deel aan The Voice Kids. Dat bleek de start van een succesvolle carrière als singer/songwiter. Opgegroeid als hij was in een veilig, christelijk nest werd hij binnen de muziekindustrie wel geconfronteerd met compleet andere levensbeschouwingen. ‘Als zoekende tiener heb ik daar behoorlijk mee gestruggled.’
Toen ik hoorde het thema van dit interview hoorde, ‘Wat geeft jou hoop?’, schoot mij meteen een mooie song te binnen van de band SELA: Een toekomst vol van hoop. Daarin staat letterlijk: ‘U geeft een toekomst vol hoop. / Dat heeft U aan ons beloofd. / Niemand anders U alleen / leidt ons door dit leven heen.’
Want ja, wat geeft mij hoop? Op die vraag komt maar één antwoord in me op: mijn Redder en degene die mij gemaakt heeft. God geeft mij hoop. En daaruit volgt het vertrouwen dat God een plan heeft voor mijn leven. Ook op moeilijke momenten, ook op momenten van onzekerheid.
Een leeg hart
Daar kwam ik geleidelijk achter naarmate ik ouder werd. Ik ben opgegroeid hier in Apeldoorn, in een christelijk gezin. Ik ging iedere zondag mee naar de kerk. En zolang je opgroeit bij je familie, is alles nog veilig en vertrouwd en fijn. Maar op een gegeven moment ging ik zingen en kwam ik in de artiestenwereld terecht. Daar werd ik als tiener in één klap blootgesteld aan een heel andere opvattingen over seks, alcohol enzovoort. Ik zag een leefstijl waarvan ik wel wist dat die bestond, maar die ik nog nooit van dichtbij had meegemaakt.
Binnen die muziekindustrie is het af en toe best moeilijk om je staande te houden. Zeker als je zelf nog zoekende bent: wat zijn nu mijn eigen normen en waarden? Wat vind ik belangrijk? Aan welke regels wil ik me houden? Daar heb ik toen wel mee gestruggled en mezelf de vraag gesteld: ‘Oké Marc: dit zegt de Bijbel erover, dat zeggen mijn ouders erover, maar wat zeg ík erover?’
Dat was voor mij niet alleen ratio, niet alleen denken. Het was ook echt een gevoel: hé, ik heb een leeg hart. Zelfs al gebeurden er veel mooie dingen in mijn leven en ging het eigenlijk best goed met me, toch voelde ik steeds dat lege hart. Dus toen ik bijna achttien jaar was, realiseerde ik me: ‘Oké, dit vraagt om verandering. Om een keuze. Volgens mij moet ik God op één zetten en niet het geld of mijn vriendenkring of wat dan ook.’
Noorwegen
Vorige zomer was ik een week op kamp in Noorwegen, samen met mijn neef en een paar vrienden. Het was georganiseerd door YWAM (Youth With A Mission, een wereldwijde jongerenbeweging – red.). We hadden mooie gesprekken over God en het geloof. Aan het einde van die week voelde ik een sterke behoefte om te worden gedoopt. Maar ik twijfelde: kon ik me nu wel laten dopen, hier in Noorwegen, zonder dat mijn ouders erbij zouden zijn? Op de laatste dag van het kamp belde ik ze daarover op. En we waren alle drie in tranen, maar vooral doordat zij zo blij waren dat ik persoonlijk en bewust voor Jezus wilde kiezen. Na dat gesprek bad ik nog: ‘Heer, als dit het goede moment is, vertel het me dan!’ En precies toen hoorde ik muziek door het open raam. Het was de bridge van een worshipnummer en ik hoorde driemaal de woorden: ‘Right now, this is the time’.
Ik heb mezelf de vraag gesteld: ‘Oké Marc: dit zegt de Bijbel erover, dat zeggen mijn ouders erover, maar wat zeg ík erover?’
Hoop is een gevoel, maar er komt ook veel ratio bij kijken. Ik denk dat God werkelijk een plan met ieders leven heeft. Alleen, welk plan dat is – daar moet je zelf nog wel ontdekken. Daarvoor moet je met Hem gaan leven, die reis met Hem aangaan. Dat vergt dus eerst een keuze. En die keuze maakte ik op die zomerdag, nu anderhalf jaar geleden.
Ik ben wel blij dat ik ben opgegroeid in een christelijke familie en met christelijke vrienden. Ik had mensen om me heen die mij dit ook voorhielden, snap je? Die mij erop wezen: ‘Hey Marc, allemaal leuk en aardig dat je artiest bent en al die mooie dingen mag doen op het podium − maar vergeet God niet, want dat is jouw Maker. Aan Hem alle eer!’ Ja, dat was een eyeopener.
Een stukje zekerheid
Hoop is heel belangrijk, zeker in deze tijd, nu zoveel jongeren geen woonruimte kunnen vinden, geen toekomst zien en onder sociale druk staan om te presteren. Het is niet niks, om het maar zo te zeggen. Ik denk dat we allemaal op zoek zijn naar een waarheid, naar een stukje zekerheid. En ik geloof vanuit het diepst van mijn hart dat God dat is.
Het lijkt me ongelofelijk moeilijk om niet christelijk te zijn opgevoed en dan later alsnog over te schakelen op geloof. Ik heb veel niet-gelovige vrienden in de muziekwereld die zich daarbij niks kunnen voorstellen. Dan zeg ik vaak: ‘Ik snap jullie, want omgekeerd kan ik me evenmin voorstellen hoe het is om níét christelijk te zijn opgevoed.’ Mijn leven lang heb ik dagelijks over Jezus gehoord. Mijn ouders hebben een buurthuis hier in Apeldoorn-Zuid en willen van daaruit het evangelie delen, de liefde van Jezus uitdelen. Dus ik kon er ook niet omheen, zeg maar − ik was van alle kanten ingesloten door Gods liefde. Alleen moest ik zelf nog bewust de keuze maken en zeggen: ‘Ja, dit is het voor mij.’
Opa als kapitein
Toen ik dit jaar op de EO Jongerendag optrad in Ahoy, heb ik mijn opa op het podium uitgenodigd en een lied gezongen dat ik over hem schreef, Kapitein. Want opa heeft niet alleen letterlijk z’n leven lang gevaren, hij is eigenlijk ook de kapitein van onze familie. Kijk, mijn vader heeft mij opgevoed en onwijs zijn best gedaan voor mij. Maar opa heeft mijn vader weer opgevoed en onwijs zijn best gedaan voor hém. Dat gaat van generatie op generatie, net in de Bijbel staat: dat God trouw blijft van generatie op generatie. Er is een aanbiddingslied, The Blessing, waarin dat voorkomt: ‘May His favour be upon you / And a thousand generations / And your family / And your children / And their children …’ Ja, dat besef maakt me emotioneel, het ontroert me. Ik heb af en toe hele mooie gesprekken met opa. Over het geloof, over het leven. Over de moeilijke dingen en over de zegeningen. Daarin kan ik veel van hem leren, want hij leeft al meer dan drie keer zo lang als dan ik.
Vooroordelen
Of ik in de muziekwereld iets merk van vooroordelen tegen christenen? Ja en nee, ik bedoel: er is altijd wel ergens een vooroordeel, van welke kant dan ook. Zowel vanuit de christelijke bubbel als de seculiere bubbel, zeg maar. Ik probeer dan altijd met mensen in verbinding te blijven en er gewoon over te praten: ‘Hey, dit is wat ik ervaar, wat ik voel. Dit is waar ik blij van word, waar ik steun aan heb en wat mijn waarheid is.’ Mijn beste vriend Jaro bijvoorbeeld ervaart dingen heel anders; hij is niet gelovig. Maar dat verhindert ons niet om er heel open gesprekken over te voeren, waarin we allebei iets van elkaar kunnen leren. Volgens is dit ook wat God van ons vraagt: samen delen van wat we hebben en vertellen waarin we geloven, om zo elkaar te inspireren.
(Dit interview verscheen eerder in het Nederlands Dagblad)
Waardeer je dit artikel?
Dan mag je dat ook laten blijken met een financiële bijdrage. Zo help je mij om als freelancer te blijven werken!
