Stockphoto: Painting Feathers, merlinlightpainting via Pixabay

Jezelf snijden, branden of slaan – het wekt vaak meer afgrijzen dan medeleven. De ene omstander associeert het met subculturen als emo en goth, de ander doet het af als aandachttrekkerij. Zelfs bij veel zorgverleners leven nog altijd vooroordelen, met soms pijnlijke gevolgen.
Zo’n tien jaar geleden interviewde ik Nanno, een ervaringsdeskundige. Toen ik onlangs weer contact met hem zocht, bleek zijn betoog onverminderd actueel

“Niet reageren, dan houdt het vanzelf op,” luidde een bekende vuistregel binnen de GGZ. Die visie lijkt allang achterhaald, evenals de gedachte dat zelfbeschadiging op suïcidaliteit zou duiden. Toch zijn veel therapeuten binnen de reguliere GGZ nog altijd huiverig voor zelfbeschadiging.

Verborgen

Buiten de GGZ roept het woord een clichébeeld op. De meeste mensen denken aan labiele meisjes en jonge vrouwen, die hun lichaam met mesjes of brandende sigaretten bewerken en beschouwen het als een theatraal middel om medelijden op te roepen.
Maar zelfbeschadiging is niet voorbehouden aan vrouwen en evenmin aan jongeren. En het is maar heel zelden bedoeld om aandacht te trekken.
“De meeste mensen die zichzelf beschadigen houden het juist jarenlang verborgen,” weet Nanno*. Hij is beeldend kunstenaar, maar daarnaast was hij vijftien jaar lang werkzaam als ervaringsdeskundig trainer van GGZ-hulpverleners.

Zelf begon hij als jongetje van een jaar of zeven met hoofdbonken. “Ik voelde ontzettend veel spanning vanbinnen, die ik op deze manier probeerde kwijt te raken.” Die spanning kwam voort uit de thuissituatie, vertelt hij: een ogenschijnlijk leuk gezin, dat intussen emotionele verwaarlozing, mishandeling en seksueel misbruik als een loodzwaar geheim met zich meedroeg. Later zocht Nanno soelaas in andere vormen van zelfbeschadiging. Zo sloeg hij zichzelf en verwijderde stukken huid, om vervolgens de wonden te laten ontsteken. Maar door het professionele taboe in de GGZ was dit niet of nauwelijks bespreekbaar tijdens therapiesessies.

Symptoombestrijding

“De meeste zorgprofessionals leerden tijdens hun opleiding dat je zelfbeschadiging niet mag ‘belonen’ met aandacht, maar dat je het moet negeren zodat het vanzelf ‘uitdooft,’” licht Nanno toe. “Maar ja, als het gedrag dan inderdaad stopt, mag je hooguit van geslaagde symptoombestrijding spreken. Want zelfbeschadiging heeft meerdere belangrijke functies. Soms is het een uiting van zelfhaat, soms een poging om spanning te laten afvloeien. Daarbij dient de toegebrachte lichamelijke pijn om de veel ergere, maar angstvallig verborgen psychische pijn te ‘overstemmen’. En ja, het kan inderdaad een communicatievorm zijn, een wanhoopskreet om aandacht. Maar die aandacht is dan wel echt nodig.”

Nanno’s eigen redding lag in zijn artistieke aanleg: rond zijn negentiende jaar begon hij met tekenen en schilderen. “Eerst werkte ik in dromerige pasteltinten en een stijl waardoor sommigen mij in de antroposofische hoek plaatsten. Maar na een aantal jaren liep ik daarin volledig vast. Pas zodra ik met houtskool ging tekenen, begon het echt te stromen. En toen kwam de geest uit de fles: via houtskooltekeningen kon ik mijn ware emoties van binnen naar buiten brengen. Dat was heel confronterend, angstwekkend ook. Toch hielp de houtskool me wel om bij die diepere laag te komen; bij de plek waar niet alleen de echte pijn zat, maar óók de kracht tot overleven en de zin ín het leven.”

Opbouwend

De landelijke Stichting Zelfbeschadiging wil daarom zorgprofessionals aanmoedigen om zelfbeschadiging niet langer te negeren of af te wijzen als destructief gedrag. In plaats daarvan kunnen ze het juist benutten als ingang naar een opbouwend therapeutisch contact. “Het is namelijk essentieel om samen met de cliënt voorzichtig te onderzoeken en te verwoorden welke specifieke functie het op dát moment heeft,” zegt Nanno. “Pas dan kom je bij de kern van het probleem.”

Inmiddels heeft hij zijn zelfbeschadiging onder controle. Die controle blijft wel een belangrijk doel, alleen al vanwege de soms ernstige gevolgen.: “Ik ken mensen die blijvend gehandicapt raakten doordat er pezen waren doorgesneden.” En toch, hoe zorgwekkend soms ook: zelfbeschadiging is iets wezenlijk anders dan een suïcidepoging, beklemtoont Nanno. “De enige overeenkomst tussen zelfdoding en zelfbeschadiging is de wens om het lijden te verlichten. Maar in tegenstelling tot zelfdoding is zelfbeschadiging altijd een poging tot herstel, vanuit de intentie om verder te leven.”

Cijfers en termen

Uit onderzoek blijkt dat zelfbeschadiging vooral voorkomt bij jongeren en jongvolwassenen. Naar schatting heeft ongeveer ongeveer 15 procent van de jongeren zichzelf ooit beschadigd.
In Nederland belanden jaarlijks duizenden mensen op de SEH na zelf toegebracht letsel. Ruim twee derde van deze groep bestaat uit meisjes en vrouwen. Maar niet iedereen die zichzelf beschadigt zoekt medische hulp, en dat impliceert dat de werkelijke aantallen hoger kunnen liggen.

Bij het bespreekbaar maken van zelfbeschadiging of het behandelen van de gevolgen stuiten mensen nog steeds op onbegrip en zelfs ronduit wrede reacties. Psycholoog en emeritus hoogleraar Onderwijs en Zorg Peer van der Helm schrijft dat SEH-medewerkers soms de verdoving weigeren bij het hechten van een wond, “want je hebt toch zelf gedaan.” Er zijn ook GGZ-instellingen waar zelfbeschadiging wordt bestraft. Maar vooroordelen en straffen werken averechts, want ze vergroten alleen de eenzaamheid en wanhoop van degene die zichzelf beschadigt. Volgens van de Helm is “luisteren zonder te oordelen een belangrijke eerste stap.”

Een veelgehoorde term voor zelfbeschadiging is automutilatie. Volgens onderzoeker Nienke Kool maken wetenschappers echter graag onderscheid tussen die twee. Hoewel automutilatie een letterlijke vertaling is van zelfbeschadiging, verwijst dit woord vooral naar ernstig verminkend gedrag, vaak onder invloed van wanen en hallucinaties. ‘Zelfbeschadiging’ duidt op een meer doelbewuste handeling.

* De naam Nanno is gefingeerd.

Waardeer je dit artikel?

Dan mag je je waardering ook laten blijken met een financiële bijdrage. Zo help je mij om als freelancer te blijven werken!

Mijn gekozen donatie € -