CultuurInterviewMuziek

Primeur voor Nederland: ‘s werelds eerste Strijkkwartet Biënnale!

In januari 2018 wacht Nederland een wereldprimeur: het allereerste internationale festival voor strijkkwartetten. Bedenker en artistiek directeur is Yasmin Hilberdink, gepassioneerd pleitbezorger van deze delicate muziekvorm.
(Afb.: Ook het Spaanse Quarteto Quiroga treedt op tijdens de SQBA. Foto Joseph Molina)

“Mijn grote droom,” zo noemt ze het festival. Yasmin Hilberdink spreekt met onverholen hartstocht over haar geesteskind: de gloednieuwe String Quartet Biennale Amsterdam (SQBA). Of, in goed Hollands: de ‘STRIJKKWARTET BIENNAAAAÁÁÁLE’ zoals het beeldmerk juicht. Hilberdink lacht: “Ja, de vormgever wilde de beweging van een strijkstok suggereren en tegelijk het plechtstatige wegnemen. Want dat is helaas het idee dat nog bij veel mensen leeft: dat een strijkkwartet iets ‘deftigs’ is, voorbehouden aan een elitair publiek.”

Hiermee hebben we meteen een van haar drijfveren te pakken. Yasmin Hilberdink wil het strijkkwartet juist meer naar het midden van de samenleving trekken en in een nieuw daglicht plaatsen. Zeker, we hebben in Nederland verschillende kamermuziekfestivals. En ja, daarbij zijn altijd wel strijkkwartetten van de partij.
Maar een internationale happening die zich exclusief richt op strijkkwartetten, dat is toch wel “wereldwijd uniek”, stelt ze onomwonden. Al gaat het niet alleen om uniciteit, maar vooral om de functionaliteit: “Dit initiatief berust op waarnemingen die ik in de afgelopen jaren heb gedaan en conclusies die ik daaruit heb getrokken.”

Kun je dat toelichten?

“Om te beginnen: zodra je het conservatorium verlaat en je als strijkkwartet op een carrière richt, kom je nauwelijks nog collega’s tegen. Je zit al gauw een beetje op een eiland. Mijn hoop is dat via de SQBA zulke eilanden met elkaar in aanraking komen. Dat de jonge generatie kwartetten kennismaakt met internationale collega’s en componisten en hun netwerk uitbreidt.

Ten tweede lopen organisatoren en programmeurs telkens tegen die beeldvorming aan: dat het strijkkwartet ‘moeilijk’ zou zijn. Ten derde wordt het concertrepertoire steeds meer mainstream, je hoort vooral de veilige, bekende stukken. Terwijl moderne componisten als John Adams, Louis Andriessen en Jörg Widmann nog steeds voor strijkkwartet schrijven! Er is zoveel prachtige muziek en er zijn zoveel aanstormende, kwalitatief hoogwaardige kwartetten. Maar toch vragen veel strijkkwartetten zich af: ‘Bestaat ons genre over twintig jaar nog wel?’”

En de SQBA moet meehelpen om het strijkkwartet onder de mensen te brengen?

“Ja, in die zin vergelijk ik het strijkkwartet graag met een museum. Jarenlang was het bepaald niet cool om een museum te bezoeken, dat had toch een wat ouwelijk, stoffig imago. Maar gelukkig zijn veel musea, zoals het Guggenheim of ons eigen Rijksmuseum, keihard gaan werken om het tot een ware belevenis te maken. En nu is museumbezoek juist een vast onderdeel van ons vakantieprogramma geworden. Daarom hoop ik dat een festival ertoe kan bijdragen om bijvoorbeeld drempelverhogende conventies te doorbreken en ook naar andere concertvormen te zoeken.”

Nee, Yasmin Hilberdink is zelf geen musicienne. Weliswaar heeft ze cellolessen gevolgd, maar die cello is altijd een liefhebberij gebleven; vragen daarnaar wimpelt ze even snel als bescheiden af. Wel weet ze feilloos de weg binnen de wereld van het strijkkwartet.
Het begon er al mee dat ze opgroeide, studeerde en werkte in Wenen, nog immer the place to be als het om klassieke muziek gaat. Tijdens haar jaren als directeur van Schloss Grafenegg bij Wenen (met het nabijgelegen ‘Auditorium Grafenegg’, een concertzaal met 1300 zitplaatsen), maar ook in de tien jaar die ze bij de Stichting Kamermuziek Amsterdam (KAM) werkte, vergaarde ze de nodige kennis van kwartetten en hun repertoire.

(Tekst gaat verder onder afbeelding)

Yasmin Hilberdink, foto Foppe Schut

Zestien jaar geleden kwam je naar Nederland. Een van de eerste dingen die je opmerkte was de vernieuwingsdrang.

“Tot mijn 35ste had ik in Wenen gewoond, een stad van tradities. In Nederland viel mij op dat, bijvoorbeeld bij het formuleren van subsidieaanvragen, ‘vernieuwing’ zo ongeveer het belangrijkste woord was. Dat vond ik heel verfrissend. Al denk ik tegelijk: je kunt iets één keer vernieuwen en misschien zelfs nog wel twee of drie keer. Maar dan? En ook: wat doe je met een ensemble dat ruim honderd jaar bestaat en een bepaalde traditie vertegenwoordigt? Juist dat spanningsveld, tussen vernieuwingsdrang enerzijds en traditie anderzijds, vind ik interessant.”

Waar komt die Hollandse vernieuwingsdrang vandaan, volgens jou?

“Tja, Hollanders zijn natuurlijk zeevaarders en zakenmensen: ondernemend en gewend om zich aan te passen aan de markt. In Wenen daarentegen heb je de Habsburgers, met het hof en alle protocollen daaromheen. Oostenrijk ligt ook in het binnenland, mensen hebben van oudsher minder gereisd. Daardoor is traditie veel meer deel uit van het dagelijks leven.
Een voorbeeld: zelf kom ik helemaal niet uit een muzikantenfamilie, maar ik herinner me nog dat vrienden mij vroegen, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was: ‘Zeg Yasmin, wij hebben een concertabonnement, ga je mee?’ Dat heb ik toen gedaan; ik zal zo’n achttien á twintig zijn geweest. Het bleek te gaan om de Beethovencyclus van het Alban Berg Quartett. En zodra ik daar eenmaal zat, kreeg ik meteen het gevoel: ‘Ik maak hier iets heel bijzonders mee’. De entourage, de sfeer in de zaal − die waarschijnlijk uitverkocht was − en de feestelijke uitgaanskleding: alles klopte.
Dus naast alle vernieuwing blijf ik vinden dat die traditionele concertpraktijk toch ook waanzinnig mooi kan zijn. Natuurlijk is het goed om tradities kritisch te bevragen: ‘Waarom moet het altijd zó? Kan het ook anders?’ Maar kijk, als je een stedentrip naar Parijs maakt, dan ontbijt je natuurlijk in een café met koffie en een croissant. En geen mens die jou dan zal vragen: ‘Waarom doe je dit eigenlijk?’”

Je merkte onlangs op dat veel Nederlandse strijkkwartetten in het buitenland amper bekend zijn. Hoe zou dat komen?

“’Amper bekend’ is te sterk uitgedrukt. Natuurlijk hebben we een Schönberg Kwartet gehad, en een Mondriaan Kwartet. Wat ik bedoelde te zeggen, is dat in de Nederlandse geschiedenis geen strijkkwartet zó beroemd is geworden als een Juilliard String Quartet of een Alban Berg Quartett. En inderdaad, dan vraag ik me ook af: hoe komt dat? Want Nederland heeft geweldige musici en uitstekende opleidingen. Straks bij de Biënnale horen we ook prachtige kwartetten als het Ruysdael Kwartet, het Ragazze Kwartet, het Doelenkwartet en het Dudok Kwartet. Maar als je aan een willekeurige Franse of Duitse musicus vraagt: ‘Noem eens een Nederlands strijkkwartet?’, dan moet die waarschijnlijk een ogenblik nadenken voordat hem een naam te binnen schiet.”

Peinzend: “Ik weet eigenlijk niet of dat per se negatief is. Misschien komt het juist doordat Nederlanders zo ondernemend en veelzijdig zijn. Zo van: ‘Gauw nog even een paar schoolconcerten doen, straks nog even meewerken aan een theaterproject…’ Die bereidheid om van alles op te pakken, dat flexibele, is op zichzelf natuurlijk een kwaliteit. Maar feit blijft dat het kwartetleven veel concentratie vergt. De internationaal bekende topkwartetten, ik denk nu even aan de mensen van het Hagen Quartett, beperken zich daarom enorm in hun planning.
Nog een factor zou kunnen zijn – maar die bedenk ik nu ter plekke – dat Nederland een klein land is, met een fijnmazig netwerk aan kunstkringen en andere cultuurclubs. Oostenrijk is ook niet groot, maar daar heb je veel minder van die kleine, plaatselijke podia. Nederland biedt gelegenheid om her en der op te treden zonder dat je naar het buitenland hoeft.”

Op de website zien we klinkende namen: Gary Hoffman, Louis Andriessen, Quartetto di Cremona, Emerson String Quartet, Quatuor Danel, Hagen Quartett…

“Ja, en wat ik zo bijzonder vind, is dat al die musici zich meteen betrokken toonden. Niet van: ‘Oké, we noteren de datum in onze agenda en dan spelen we daar wel wat.’ Nee, ze gingen volop in mee in onze doelstellingen en hebben er speciale programma’s voor samengesteld. Echt hartverwarmend.”

Strijkkwartet Biënnale Amsterdam
27 januari t/m 3 februari 2018, Muziekgebouw aan ’t IJ.
Zie www.sqba.nl

(Dit artikel verscheen op 3 november 2017 in muziekmagazine Luister)