Al 43 jaar beijvert Camerata Trajectina zich voor oude muziek uit de Nederlanden. Met zo’n missie en lange staat van dienst mag je als ensemble de vijfhonderdste Hervormingsdag natuurlijk niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Daarom is er nu een gloednieuwe geluidsdrager annex tournee: ‘Een nieuwe Liedt wy heven aen’.

(Luister 728, december 2017)

De bemoedigende titel ‘Een nieuwe Liedt wy heven aen’ verwijst naar Luthers allereerste lied, waarmee de cd opent. Camerata Trajectina nam in totaal zo’n vijf kwartier 16de eeuwse muziek op, alle gerelateerd aan ‘Luther in de Nederlanden’.
Maar al maken de lutheranen tegenwoordig deel uit van de Protestantse Kerk Nederland (PKN), toch denk je bij de term ‘luthers’ vooral aan Duitsland. Hoe aanwezig was Luther eigenlijk in de Nederlanden?

“Het antwoord daarop is tweeledig,” zegt zanger en artistiek leider Nico van der Meel. “Enerzijds was er een behoorlijke invloed, en dan met name via de augustijner kloosters. Luther was immers van oorsprong een pater augustijn en veel jonge monniken gingen bij hem in Wittenberg studeren. Dus via die kloosters kwamen de geschriften van Luther wel de Nederlanden binnen.
Maar anderzijds werden die daar al gauw door Karel de Vijfde op de lijst van verboden drukwerk geplaatst. Karel stelde ook weldra de Inquisitie in en heeft een aantal kloosters − in Dordrecht, Middelburg en Antwerpen − met de grond gelijk laten maken. Dus ja, het gedachtegoed van Luther is weliswaar naar de Nederlanden geëxporteerd, maar werd daar niet veel later alweer de kop ingedrukt.”

Martelares

De cd illustreert dit met een fijnzinnige elegie: ‘Een Liedeken van Weynken Cleas dochter’, over de terechtstelling in 1527 van Wendelmoet Claesdochter van Monnickendam, Neêrlands eerste vrouwelijke martelares van de Reformatie.
Dat de lutherse kerk in Duitsland wel kon opbloeien, heeft een politieke context, legt Van der Meel uit. “Luther leefde onder bescherming van Frederik de Wijze, de ruimdenkende keurvorst van Saksen. En Frederik was een paar jaar tevoren lid was geweest van het college dat Karel de Vijfde tot keizer had benoemd. Bovendien kwam Karel zelf uit de Nederlanden; hij was immers in Gent geboren, dus de Nederlanden gingen hem extra aan het hart. Daarom trad hij hier harder op tegen de invloed van Luther.
Wat het voor de Nederlandse lutheranen extra moeilijk maakte, was dat je je volgens Luther niet mocht verzetten tegen de overheid. Dus veel mensen met reformatorische ideeën trokken naar het buitenland. Er ontstonden vluchtelingenkolonies in Londen, Emden, Wezel en Frankfurt.”

Nog een protestantse groepering uit die tijd waren de Dopers, zo genoemd vanwege hun overtuiging dat je pas gedoopt kon worden als volwassene mits je je daartoe geroepen wist. Van der Meel: “Die eerste doperse golf trok vooral mensen uit de lagere klassen aan. Maar politiek werd dit evenmin een succes. De Dopers hadden een sterk eindtijdgeloof en meenden dat er 144.000 dopers in één stad verzameld moesten worden, als teken om Jezus te laten terugkeren op aarde. Zover is het nooit gekomen; 144.000 was een enorm aantal, zo’n beetje anderhalf keer Antwerpen, de grootste stad in de Nederlanden. Maar in Münster lukte het de Dopers wel om het stadsbestuur over te nemen.”
Aanvoerder van die Dopers in Münster anno 1534 was de Hollandse kleermaker en prediker Jan van Leyden, wiens naam nog na resoneert in de uitdrukking ‘jantje-van-leiden’. Van der Meel: “Jan leefde daar in weelde als ‘Koning van Sion’. Hij stelde onder meer de veelwijverij in en hield er zelf ook een groot aantal vrouwen op na.”

Pacifistisch

Nog erger was de straffe hand waarmee het ‘Koninkrijk van Sion’ werd geregeerd. Op overtreding van één der Tien Geboden stond de doodstraf, om maar iets te noemen: “Het ontaardde al gauw in gewelddadige toestanden. Executies van mensen die niet sterk genoeg zouden geloven, waren aan de orde van de dag.” Maar gelukkig: nadat dit zelfbenoemde koninkrijkje te Münster was ingestort, ontstond er onder leiding van Menno Simons een doperse beweging van ‘mennonieten’ die juist pacifistisch waren ingesteld.

Dat de lutheranen in de Nederlanden weinig voet aan de grond kregen, kwam mede doordat Luther zelf niet zo politiek geïnteresseerd was. Dit in tegenstelling tot zijn jongere collega-hervormer Johannes Calvijn, die meende dat je desnoods wel degelijk tegen de overheid in opstand mocht komen.
Nico van der Meel: “En zodra het calvinisme vanuit het zuiden de Nederlanden bereikte, ontstond er een synergie: de bestaande irritatie over de Spaanse overheersing en de afkeer van het katholicisme vielen samen. Zo kwam het dat de Nederlanden vooral calvinistisch werd. Al waren er uitzonderingen: Woerden bijvoorbeeld sloot zich aan bij de opstand tegen Spanje, maar onder voorwaarde dat men daar luthers mocht blijven.”
Na de Beeldenstorm in 1566 verschenen de eerste lutherse gezangbundels in druk. “Natuurlijk werden die liederen al veel eerder gezongen. Maar er waren nog geen tastbare liedbundels, want dat was gevaarlijk.”

Qua muziekstijl liepen de protestantse stromingen ook uiteen. Luther zelf was een zanglustig type met een heldere tenor, die van meerstemmige muziek hield en diepe bewondering koesterde voor Josquin des Prez. Anders dan Calvijn achtte hij het geen probleem om God in de kerk met polyfone koorzang te loven.
“In Luthers eigen gezin kwamen na het eten de gezangenboekjes op tafel en werd er samen gemusiceerd. Bij calvinisten thuis werd ook wel muziek gemaakt, maar in de kerk moest alles heel strak en sober. In lutherse kringen speelde men ook ingewikkelder en kunstiger muziek dan bij calvinisten. De Dopers hielden het weer graag simpel en zongen psalmen op wereldlijke volksmelodietjes. Al maakte iemand als Clemens non Papa daarvan wel weer polyfone driestemmige zettingen.”

Verlies

‘Een nieuwe Liedt wy heven aen’ werd onder moeilijke omstandigheden gemaakt. In februari 2016 had Camerata Trajectina al haar artistiek leider Louis Peter Grijp verloren; musicus, wetenschapper en geestelijk vader van de Nederlandse Liederenbank. Op 1 maart 2017 overleed plotseling ook Erik Beijer: levenspartner van blokfluitiste Saskia Coolen en tevens de immer bezige alleskunner van Camerata.
Dit verlies leek het ensemble bijna fataal te zullen worden. Weliswaar had het verscheiden van Grijp een diepe impact, maar op de praktische consequenties daarvan viel nog enigszins te anticiperen, aldus Nico van der Meel.
“Louis was lange tijd ziek en had zich qua werkzaamheden al teruggetrokken. Saskia en ik hebben toen samen de artistieke leiding op ons genomen. Toch duurde het wel een tijd voordat we alles op de rails hadden. En toen stierf Erik totaal onverwacht. Dat was een enorme schok; sowieso emotioneel, maar ook zakelijk. Want Louis was de stuurman van Camerata, maar Erik zorgde dat de motor bleef lopen. Het valt zwaar om de boel draaiend te houden zonder hem. Erik deed zó veel! Hij was onze gambaspeler, slagwerker, opnameleider en zakelijk leider, om maar een paar dingen te noemen. Voor al die afzonderlijke functies moesten we dus mensen zien te vinden. Daarnaast zat hij nog in diverse besturen en was een echte netwerker.”

Toch wist Camerata Trajectina zich staande te houden. En dat is vooral te danken aan Saskia Coolen zelf die, ondanks alle verdriet en consternatie, haar collega’s aanmoedigde om door te zetten, memoreert Van der Meel dankbaar.
“We hebben net drie concerten in het Festival voor Oude Muziek gedaan − wat toch altijd een enorme eer is – en we hebben weer Wandelconcerten georganiseerd. En in augustus is onze Luther-cd verschenen. Als Saskia deze zomer had gezegd: ‘Jongens, ik zie het even helemaal niet meer zitten’ − nou, dan weet ik niet wat er gebeurd was. Maar nu gaan we door, en met goede moed.”

Camerata Trajectina: ‘Een nieuwe Liedt wy heven aen’. Globe Records 5270.
Zie ook www.camerata-trajectina.nl