Wat gebeurt er als mensen hun buren wél goed kennen? Dat is de rode draad in het Utrechtse Volksbuurtmuseum. Sinds half februari staat daar een jonge directeur aan het roer: Lieve Baetens (24). ‘Tegenover het individualisme willen wij de saamhorigheid in een volksbuurt laten zien.’

‘Ik heb een bachelor Cultureel Erfgoed gedaan, aan de Reinwardt Academie in Amsterdam. Aha, die ken je dus? Wat bijzonder! Meestal moet ik uitleggen wat het voor opleiding is, namelijk museologie. Op de middelbare school zei onze decaan tegen mij: ‘Een paar jaar geleden was hier een meisje die ik erg op jou vond lijken. Die ging naar de Reinwardt Academie.’
Nu is Amsterdam de enige stad waar zo’n opleiding is en ik ben niet zo’n stedenmens, ik hou meer van de natuur en vermijd de drukte. Dus in Amsterdam studeren leek me best een ding. Maar ik ging wel braaf naar een presentatie. En ik weet nog dat ik uit de metro stapte en meteen verrukt was van dat schattige oude gebouwtje! Binnen heerste ook echt een soort rust, een heel andere sfeer dan die stadsdrukte buiten de muren. Nog voordat ik wist wat de opleiding eigenlijk inhield, dacht ik al: volgens mij moet ik hier zijn. En ik heb er nooit spijt van gehad. Die bachelor heeft me ook bij het Volksbuurtmuseum gebracht.

Treinreizen

 Ik ben geboren en getogen in Utrecht, en heb daar ook lang gewoond. Ik hou ontzettend veel van deze stad! Maar dit jaar doe ik een master aan de Universiteit van Maastricht, dus woon ik nu tijdelijk daar. Dat deze superleuke baan er tussendoor kwam − directeur-bestuurder van het Volksbuurtmuseum – had ik niet voorzien. Dus nu pendel ik tussen Utrecht en Maastricht en is de NS-app een van mijn meest gebruikte apps.
Veel mensen zeggen: ‘Oh wat vervelend, zo lang in de trein zitten’, maar mij bevalt het eigenlijk wel. Ik kom zo van A naar B en gebruik intussen die reistijd ’s ochtends om te werken. ’s Avonds, als ik moe ben, zit ik in de trein te breien en naar podcasts te luisteren. Ik ben altijd op zoek naar nieuwe podcasts. Vorige week tipte iemand De museoloog. Daarin worden mensen geïnterviewd die in musea werken: wat is hun visie op het museum? Hoe pakken ze dingen aan? Dat lijkt me superinteressant.

Breien

Breien en haken doe ik al heel lang. Van Instagram haal ik veel inspiratie van voor patronen en andere leuke dingen. Op Instagram kun je ook een soort van mapjes maken en daarin foto’s en video’s bewaren. Ik meen dat ik nu zo’n 266 patronen met filmpjes en foto’s heb opgeslagen. Zodra ik aan een nieuw project begin, raadpleeg ik eerst dat mapje.
Ik brei en haak zelfs als we op vakantie zijn. Mijn ouders gingen met de auto vaak een soort rondreis maken. En soms, als het wel 30 graden was, moest mijn moeder bij een benzinestation per se een trui of een muts passen waaraan ik op dat moment bezig was, haha! Ja, breien en haken is een terugkerend thema in mijn leven.

Fototentoonstelling ‘Mijn plek in ons stadsie’, Volksbuurtmuseum Utrecht

In Maastricht doe ik de master Kunst en Erfgoed, richting Beleid, Management & Educatie. Dat past ook goed bij mijn nieuwe functie als museumdirecteur. Onze vorige tentoonstelling in het Volksbuurtmuseum had als titel Mijn plek in ons stadsie. We hadden Utrechters gevraagd om iets maken over hun favoriete plek. Er kwamen enorm veel inzendingen. Een selectie daaruit hing in het museum: foto’s, schilderijen, tekeningen, maar ook digitale schetsen en borduurwerk. Heel divers, met heel verschillende verhalen erbij waarom die specifieke plek gekozen is. Zo waren er foto’s van plekken waar alles gesloopt werd. Je eerste gedachte was: wat een chaos! Maar die persoon legde uit: ‘Het is altijd zo druk in de stad en juist op die plekken is meestal niemand. Dat vind ik lekker rustig.’

Saamhorigheid

Het Volksbuurtmuseum ligt in Wijk C in Utrecht. Dat is een van de weinige oude volksbuurten die er nog over zijn in Nederland. Zeker in het begin van de twintigste eeuw leefden daar mensen in omstandigheden waarvan wij ons nu nauwelijks meer een voorstelling kunnen maken. Ook in de jaren zeventig was er nog steeds veel armoede, met de bijbehorende sociale problematiek. Daarom besloot de gemeente Utrecht in die periode: wij gaan die wijk slopen. Maar de bewoners zeiden: ‘Wacht even − Wijk C moet nodig opgeknapt worden, maar je kunt toch niet zomaar een hele wijk van de kaart vegen om ruimte te maken voor kantoren en grote wegen?’ Toch is dat helaas wel voor een deel gebeurd. Het park is gesloopt en daar loopt nu een grote weg.

Toen bedachten die bewoners: ‘We moeten niet alleen maar protesteren, maar ook laten zien dat je Wijk C tekortdoet als het gesprek alleen maar over het negatieve imago gaat. We moeten laten zien welke mooie dingen onze wijk óók heeft!’ En die mooie dingen kwamen vooral voort uit het sterke gemeenschapsgevoel, de saamhorigheid: mensen stonden altijd voor elkaar klaar. Dus een paar initiatiefnemers gingen zelf het dagelijks leven fotograferen: op straat, in woningen, op school. Ze verzamelden objecten om te illustreren hoe het normale leven er vroeger uitzag, en oude foto’s van hun ouders en grootouders. Er werden ook bewoners geïnterviewd. Zo ontstond de collectie die uitgroeide tot het Volksbuurtmuseum.

Dialoog en reflectie

Dat we met het Volksbuurtmuseum vooral verhalen over vroeger vertellen, doen we met een reden. Niet uit nostalgie of om altijd in het verleden te blijven hangen. Nee, we doen dat omdat de thema’s van vroeger nog steeds in de huidige maatschappij spelen, op een iets andere manier. Denk aan protestdemonstraties, die zie je tegenwoordig ook veel. Dat gaat er dan best hard aan toe, mensen staan lijnrecht tegenover elkaar. Daarom willen wij een plek zijn voor dialoog en reflectie. Dat kán in een museum. En hoe ga je dan zo’n dialoog aan, zelfs wanneer het lijkt alsof je het nergens over eens kunt worden? Nou, vaak helpt het om voorbeelden uit het verleden te bekijken. Zo ontdek je op welke manieren mensen elkaar in andere gevallen op bepaalde punten toch konden vinden, of hoe ze op z’n minst meer begrip of empathie voor elkaar kregen.

Burgerschap, dat is een onze belangrijkste thema’s. Daaraan proberen we alles te koppelen. Tegenover de individualisering van de samenleving waar iedereen het tegenwoordig over heeft, zeker in Utrecht, willen wij laten zien: ja, maar wat gebeurt er als je je buren wél goed kent? Als je een hechte gemeenschap vormt en er voor elkaar kunt zijn?’

(Dit interview verscheen eerder in het Nederlands Dagblad)

Waardeer je dit artikel?

Dan kun je dat laten blijken met een financiële bijdrage. Zo help je mij om als freelancer te blijven werken!

Mijn gekozen donatie € -