Stockphoto Pixabay.com
Irem Zoodsma (29) studeert antropologie. Ze reist graag, en bij voorkeur liftend. Langs die weg ontmoet ze mensen met uiteenlopende culturele achtergronden, die ook wijze levenslessen met haar delen. Toen ze in 2022 en tijdlang diep in de put zat, trof ze behulpzame medelifters op haar pad. Hun zorgzaamheid gaf haar hoop en vertrouwen. ‘Het liften heeft mij fundamenteel veranderd.’
Ik was twintig toen ik voor het eerste liftte. Vanuit Friesland, waar ik het festival Into the Great Wide Open had bezocht, ging ik liftend naar Amsterdam. Ik had mooie verhalen over het liften gehoord van mijn vader. Zelf was hij als jongere eens liftend van Nederland naar Israël gereisd. En hij vertelde daar met zoveel enthousiasme over, dat ik nieuwsgierig werd.
Op mijn 21ste ben ik door de hele Balkan gelift, van Istanbul naar Bulgarije en terug. Mijn ervaring is dat je meestal vriendelijke mensen tegenkomt. Zoals die keer dat ik in een voorstad van Londen een Turkse vrachtwagenchauffeur vroeg: ‘Kan ik met u meerijden?’ Mijn moeder is Turks, dus ik spreek die taal vloeiend. En ja, ik mocht meerijden naar Gent. Die chauffeur bleek een trotse opa met een heleboel kleinkinderen. Hij liet me onderweg alsmaar foto’s zien. Bij het afscheid riep hij: ‘Zo, nu ben jij ook mijn dochter!’ Af en toe belt hij nog om te vragen hoe het met mijn studie gaat.
Buurtvader
Zo heb ik met meer mensen contact gehouden, en altijd op een prettige, vrijblijvende manier. Bijvoorbeeld met een familie in Kosovo. Ik was daar in een dorpje, samen met een vriendin. Er liep daar een meneer rond die alles zo’n beetje in de gaten hield, een soort buurtvader. Hij was benieuwd naar ons, maakte een praatje en nodigde ons uit voor een kop thee. We ontmoetten zijn vrouw, zijn zoon en zijn moeder. ’s Avonds hebben we samen het ramadan-vasten verbroken en bleven logeren. Dat is acht jaar geleden, maar ik krijg nog wekelijks een berichtje: ‘Fijne vrijdag!’, want vrijdag is een belangrijke dag in de islam. En soms sturen ze een mooi gebed.
Wat religie voor mij betekent? Daar ben ik nog niet uit. Mijn vader is christelijk en mijn moeder islamitisch. Bij ons thuis had niet één geloof de overhand, mijn ouders deden elk een beetje water bij de wijn. Christendom en islam zijn me even dierbaar; het zijn ook zustergeloven. Maar ik twijfel nog te veel om mezelf religieus te noemen.
Liefdesverdriet
Toen ik 26 was, zat ik een tijdlang erg in de knoop met mezelf. Ik was in Istanbul en had een hevig liefdesverdriet waarin ik obsessief bleef hangen. Totdat ik voelde: nu móét ik in beweging komen. Er zou ergens in Bulgarije een hippiebijeenkomst zijn die me interessant leek, dus vertrok ik daarheen. Maar onderweg verloor ik mijn pinpas. En zodra ik bij die hippiebijeenkomst was, voelde ik me toch niet op m’n plek en ben ik weer weggelift. Zonder geld, maar ja. Ik zat nog met dat liefdesverdriet, dan eet je sowieso niet veel. En water vind je altijd wel ergens.
In wit Europa krijg je als persoon van kleur veel moeilijker een lift
Ik stapte in bij twee Turkse vrachtwagenchauffeurs. Met hen had ik zulke boeiende gesprekken! We zaten ’s avonds op vouwstoeltjes langs de snelweg te kletsen over van alles en nog wat; ook over religie, en het Vliegend Spaghettimonster. Op een gegeven moment vroegen ze: ‘Zeg, klopt het dat er in Amsterdam lhbt’ers zijn die op mensen van hetzelfde geslacht vallen …?’ Ik zei: “Ja, dat klopt. Je kijkt nu naar zo iemand.’ En ik vertelde dat ik biseksueel was. Even zag ik een flits van paniek in hun ogen en hoorde ze denken: Wát? En wij hebben de hele dag met haar doorgebracht en we waren het over zoveel dingen eens − hoe kán dit? Maar toen zeiden ze: ‘Dat is goed. Jij bent ook een mens.’ Dat moment was me heel dierbaar.
Wit Europa
Naderhand kwam ik een lifter tegen die op weg was naar een liftersbijeenkomst in een ander deel van Bulgarije en vroeg of ik mee wilde. Dat wilde ik, en toen ben ik anderhalve week op die plek gebleven. Het was zo’n gemeenschap waar iedereen geld in een potje deed om samen eten te kopen. Ik zat zonder geld, maar ze zorgden voor mij; ze gaven me eten en een slaapplek. ‘Ditmaal ben jij degene die geholpen wordt,’ zeiden ze, ‘en je hoeft er niks tegenover te stellen, want later kun jij anderen weer helpen.’
Ik ben nog altijd zo dankbaar dat ik daar een poosje kon blijven. Het waren ook politiek bewuste mensen, van wie ik veel heb geleerd over de liftcultuur in wit Europa. Bijvoorbeeld dat je als zwart persoon of persoon van kleur veel moeilijker een lift krijgt. Ik ben weliswaar half Turks maar wel wit, met donkerblond haar. Mij wantrouwen ze niet. Maar heb je een donkere huid, dan nemen witte mensen je niet zomaar mee.
(Lees verder onder de foto)

Deze reis heeft me geholpen om van die liefdesobsessie af te komen, doordat ik zulke prachtige mensen ontmoette. In Istanbul huurde ik een auto, samen met een vriendin, en we namen principieel elke lifter mee die we zagen. Zo stapte er een meneer in die net 35 jaar in de gevangenis had gezeten. Naderhand kwam er jongen bij met liefdesverdriet die stilletjes uit het raam staarde, en nog een grappige meneer die per se geld wilde geven aan de man die net uit de gevangenis kwam. Daar kregen ze zo’n beetje ruzie over: ‘Néé, dat kan ik niet accepteren!’ – ‘Jawel, toe, néém het nou! Jij hebt niks meer!’
Risico
Mijn ouders vinden het wel erg dat ik lift, vooral mijn moeder. Toen ik dat eens besprak met Bosnische vrouw die mij een lift gaf, maakte zij de wijze opmerking: ‘Soms moeten we onze moeders helaas kwetsen. Ga zo door en laat je niet bang maken.’
Ik weet het: in Nederland wordt elke acht dagen een vrouw vermoord. Dat is een serieus probleem, er moet iets veranderen. Maar voorlopig blijft de wereld zoals-ie is. En dan kun je óf wachten op verandering, óf het leven met beide handen vastgrijpen en het risico aanvaarden. Soms vroegen mannen of ze seks met me konden hebben. De eerste paar keren werd ik dan boos en stapte meteen uit de auto. Maar na de zoveelste keer dacht ik: tja, ik wil uiteindelijk naar die locatie toe, dus zei ik gewoon: ‘Hé, hier heb ik geen zin in.’ En dan zeiden ze: ‘Sorry,’ en zetten me netjes af. Ik schat dat zo’n 95 procent van de mannen gewoon vriendelijk was en dat vijf procent zich lastig opstelde.
Ik vind het zo mooi dat je binnen die liftersgemeenschap telkens mensen tegenkomt die elkaar voorthelpen
Ik idealiseer het niet; ik ben weleens in een gevaarlijke situatie beland waaruit ik nog net kon wegvluchten. Maar daarna dacht ik: nee, ik laat me dit niet afnemen! Het is me te dierbaar om zo te reizen. Dit is hoe ik in het leven wil staan. Ik vind het zo mooi dat je in die liftersgemeenschap telkens mensen tegenkomt die elkaar voorthelpen.
Het liften heeft mij fundamenteel veranderd, een beter mens van me gemaakt. Vooral doordat je niet meteen weer diegene hoeft te helpen die jou helpt, maar dat het uitgangspunt is: ‘Nu help ik jou, straks help jij een ander.’ Eigenlijk bespeur ik daarin iets groters, iets goddelijks. Misschien is dat ‘God’ − ik vind het prima om het zo te noemen.
Waardeer je dit artikel?
Dan mag je dat ook laten blijken met een financiële bijdrage. Zo help je mij om als freelancer te blijven werken!
