Beeld: Goran Horvat, Pixabay

De dood was een taboe in de opvoeding van Deedee Siemens (25). Zo meden haar ouders zorgvuldig het graf van opa. Toen in 2025 Deedee’s oma overleed, was dan ook een ingrijpend gebeuren. En toch: ondanks alle verdriet opende dit afscheid ook nieuwe perspectieven.

Deedee: “In mijn opvoeding rustte er een soort taboe op het thema dood. Niet dat mij angst is aangepraat voor de dood zelf, maar mijn ouders hielden mij wel altijd weg bij alles wat ermee te maken had. Zo was ik nog nooit bij het graf van mijn opa geweest, die al voor mijn geboorte was overleden. Daar kwam ik pas toen mijn oma op dezelfde plek werd begraven.

Ik had toen net een tijdje als congresmanager gewerkt; ik hou namelijk van organiseren. Maar toch haalde ik geen voldoening uit die congressen. Ik ging naar m’n werk om geld te verdienen, niet omdat ik het leuk vond. Ik wilde én organiseren én daar voldoening en uitdaging aan beleven. Ja, hoe vind je zo’n baan? Ik had geen idee.

Oma

En nou ja, toen overleed mijn oma. Zij was echt mijn beste vriendin, absoluut. Ze woonde veertig minuutjes verderop, en mijn man en ik gingen op zondagmiddag meestal met haar wandelen. Alleen die ene zondag had ik geen tijd, dus ik had gezegd: ‘Oma, we komen maandag weer!’ – ‘Ja hoor, helemaal goed!’
Die zondagavond hoorden we dat het wat slechter met haar ging. Zulke berichten kregen we vaker, en dan kwam het toch weer goed. Maar op maandagochtend stuurde mijn moeder een appje: ‘Jullie mogen komen, hoor’. Ik dacht: huh, wat bedoel je daar nou mee? Dus ik bellen: ‘Moet ik afscheid van oma nemen?’ Ja, inderdaad.

Ik stortte helemaal in, belde mijn man die in de stad aan het werk was en riep: ‘Kom, we moeten daar nú naartoe! Ik móét nog afscheid van haar nemen, ik kan haar anders niet laten gaan!’ We zijn met 140 kilometer per uur daarheen geracet. En ik heb nog vijf minuten met haar gehad; ik hield haar hand vast toen ze haar laatste adem uitblies. Dat was heel moeilijk, het is een beeld dat ik niet van mijn netvlies krijg. Maar ik ben ook heel dankbaar dat ik dit moment heb kunnen meemaken. Mijn broer en mijn zus wonen in Breda en Amsterdam; zij waren al wel onderweg, maar kwamen net te laat.

Mijn oma was al 91, dus dan weet je dat het ooit gebeurt. En toch kwam het als een klap. Het hele proces rond haar overlijden voltrok zich in een soort waas. Ik zat heel hoog in mijn emotie, ook doordat het voor mij het eerste overlijden was in de directe kring. Maar tegelijk kreeg ik een gevoel: misschien wil ik wel uitvaartverzorgster worden. Misschien is dit wel waarnaar ik op zoek ben en waar ik naar verlang.

Menselijkheid

Vervolgens ben ik uitvaartondernemingen gaan benaderen, met de vraag: ‘Wat kunnen jullie voor me betekenen?’ In eerste instantie merkte ik dat er een bepaald vooroordeel leefde. Zo van: ‘Oh, maar jij bent zo jong, je hebt geen levenservaring’. Veel bedrijven zeiden meteen al nee op basis van mijn leeftijd. Wat ik wel respecteer natuurlijk.

Eerst belandde ik bij een uitvaartbedrijf waar de menselijkheid helaas niet vooropstond. Daar bleef ik maar kort, want vanaf dag één kwam ik soms huilend thuis en zei tegen mijn man: ‘Dit is het niet voor mij. Ik kan dit niet! Zo’n harde wereld had ik niet verwacht.’ Dus ben ik uit dat bedrijf gestapt.

De dood is zó normaal! We gaan allemaal een keer, die zekerheid hebben we. En er is geen garantie dat je negentig of honderd wordt.

Later ontdekte ik Matrice in Schiedam, het bedrijf waar ik alweer bijna een jaar werk, en dacht: ik probeer het nog eens. Nou, in het eerste gesprek met twee uitvaartbegeleidsters, nu mijn collega’s, hadden we meteen een fijne klik. Daarna mocht ik op het tweede gesprek komen bij de baas, zeg maar. En die zei na vijf minuten: ‘Tja, ik wilde even kijken wat voor type je was. Maar eigenlijk zit je hier nu voor niks, want je bent al aangenomen.’

Weet je, sommige uitvaartbedrijven zijn echt heel zakelijk. Daar moet je bijvoorbeeld de allerduurste kist zien te verkopen. Dat is iets wat we bij Matrice totaal niet doen. Nou ja, tenzij een familie dat zelf wil. Maar als ze het gewoon simpel en sober willen… Ja, dan sta je in dienst van de familie en dan hoor je daarvoor te zorgen.

Kinderen

Ik ben trots op wat ik doe en blij dat ik dit mag doen: meedenken met de nabestaanden en een zo persoonlijk mogelijk afscheid neerzetten. Het is zo zonde als iemand pas achteraf zegt: ‘Oh, ik had het toch anders gewild’, of: ‘Waarom hebben ze dit of dat niet voorgesteld?’ Het is aan ons als professionals om alle opties en mogelijkheden te bespreken, en daarvoor de tijd te nemen.
Een uitvaart zit namelijk niet in een vaste mal gegoten. Soms vragen mensen: ‘Moeten we zwart aan?’ Dan zeg ik: ‘Nee hoor, dat is helemaal aan jullie. Wij dragen als uitvaartverzorgers zelf ook geen zwart. Misschien heb je een jurk of een shirt waarvan de overledene heeft gezegd dat die jou zo mooi staat? Of leuke schoenen die je van haar of hem hebt gekregen? Je kunt ook je respect betuigen met een persoonlijke twist aan je outfit.’
Ik moedig mensen ook altijd aan om jonge kinderen erbij te betrekken. Deze week heb ik een uitvaart waarbij het achterkleinzoontje een paar mooie rollen krijgt. Zo mag hij zelf de kaarsjes aansteken en samen met mij voor de auto uitlopen, omdat zijn overgrootmoeder dat graag wilde. Dat heeft ze zelf tegen mij gezegd, want ik heb haar nog bij leven gezien.

Vogeltje

De dood is zó normaal! We gaan allemaal een keer, die zekerheid hebben we. Het is belangrijk om dat bespreekbaar te maken. Er is geen garantie dat je negentig of honderd wordt. Terwijl die houding mij eigenlijk wel met de paplepel was ingegeven, zo van: ‘Oh, ik heb nog zo lang. Ik ben nu 25, ik ben pas op een kwart’. Nee, ik kan letterlijk al op de helft zijn, of nog verder. Je weet niet wat de toekomst in petto heeft.
Geloof ik in een hiernamaals? Moeilijk te zeggen. Aan de ene kant ben ik heel nuchter. Ik geloof dat doodgaan ongeveer hetzelfde is als in slaap vallen. Aan de andere kant: ik heb dingen gezien waarvan ik denk: ja, er moet meer zijn tussen hemel en aarde. Ik kan het moeilijk verwoorden, want ik heb alleen − ja, hoe zeg je dat? − bepaalde tekenen gezien.

Bij een van de eerste uitvaarten die ik zelf mocht leiden, zat er bijvoorbeeld de hele dienst lang een lieveheersbeestje op de mouw van de rouwende echtgenoot. En toen ik een familie thuis bezocht, vloog er ineens een vogeltje naar binnen. Ik zei: ‘Wat is dit nou? Maken jullie hier vaker mee?’ – ‘Nee, nooit.’
Dat zijn dan dingen waarvan je denkt: is zoiets toeval of niet? Ik weet het niet, maar ik vind het mooi om te denken dat het een teken is. Al is het maar ter verzachting van de pijn. Ik ben niet religieus opgevoed, maar ik heb wel een spirituele inslag. Mocht ooit iets of iemand zich aan mij openbaren, dan sta ik daar helemaal voor open.

Die laatste minuten met mijn oma hebben me echt wel gevormd. Ze hebben me een stukje empathie gegeven, een laag toegevoegd aan mijn begrip voor mensen die hun dierbaren zagen sterven. Met mijn werk hoop ik het thema dood minder afschrikwekkend te maken. En wat ik er ook van heb geleerd: hoe kwetsbaar het leven is, en dat we moeten proberen om er meer van te genieten.”

(Dit interview verscheen eerder in het Nederlands Dagblad)

Waardeer je dit artikel?

Dan kun je dat laten blijken met een financiële bijdrage. Zo help je mij om als freelancer te blijven werken!

Mijn gekozen donatie € -