Beeld: boek ‘European Realities’ incl. catalogus; WBooks, 2025

Museum MORE sluit zijn tweede lustrum af met de overzichtsexpositie European Realities 1919-1939. Een magnifiek vormgegeven project, met ruim zeventig realistische schilderijen uit het Europese interbellum. 

Wie de film The Danish Girl (2015) zag, weet meteen wie ze is: Lili Elbe, hier fraai vereeuwigd door haar collega en echtgenote Gerda Wegener. Lili werd in 1882 geboren als Einar Wegener, in een mannelijk lichaam. Als een van de eersten maakte zij een complete gendertransitie door en onderging vanaf 1930 een reeks aanpassende operaties. Helaas: complicaties bij de laatste operatie werden haar in 1931 fataal. Gerda Wegener schilderde Lili al in 1924 als vrouw, met het naakte lichaam elegant gedrapeerd over een fauteuil met vuurrode bekleding.

Dragqueens

Tijdens het interbellum wordt ook in bredere zin de grenzen tussen mannelijk en vrouwelijk verkend. Travestie is geaccepteerd binnen het grootstedelijke uitgaansleven; mannen verschijnen als dragqueens avant la lettre, vrouwen dragen broeken en korte kapsels. De Grote Oorlog heeft een lichte verschuiving veroorzaakt in de traditionele rolpatronen. Dat kwam mede doordat vrouwen veel werk hadden overgenomen terwijl de mannen ten strijde trokken. Vandaar dat Lotte Laserstein zichzelf in 1928 portretteert als autonoom en zelfbewust kunstenaar − in schilderskiel, penseel in de hand − evenals Kate Diehn-Bitt in 1935. Ook pianiste Hildegard Schroeder wordt door Leonore Maria Stenbock-Fermor stoer afgebeeld in een zwarte coltrui, een sigaret achteloos tussen de lange, gespierde vingers.

Gerda Wegener: In de zomerhitte (Lili), 1924. Privécollectie Denemarken; foto Bruun Rasmussen Auctioneers

Neue Sachlichkeit

European Realities is het laatste project waarmee Museum MORE zijn tienjarig bestaan viert, en wel in nauwe samenwerking met Kunstsammlungen Chemnitz – Museum Gunzenhauser; hun aandeel duurde tot 10 augustus. Het is ook de eerste overzichtsexpositie van uiteenlopende realistische stromingen uit de jaren 1920 en 1930.

European Realities vertelt “over armoede en ellende, over economische bloei en culturele welvaart, over wetenschappelijke en technische vooruitgang, over de grote stad en het nachtleven, over emancipatie en diversiteit. Nooit eerder werd deze artistieke periode op zo’n grote schaal gepresenteerd,” aldus de website van Kunstsammlungen Chemnitz. In Gorssel hangt werk uit twintig landen, waarbij ook Oost-Europa stevig is vertegenwoordigd. Een prominente rol is weggelegd voor de Neue Sachlichkeit (Nieuwe Zakelijkheid), want die viert dit jaar eveneens een jubileum. Precies een eeuw geleden werd deze stroming namelijk voor het eerst in de Kunsthalle Mannheim gepresenteerd.

In 1918 zoekt een getraumatiseerd Europa uit alle macht naar heling, via nieuwe ideeën en vormen. Optimisme en onzekerheid strijden om de voorrang.

Het realisme in het interbellum is niet los te zien van de Eerste Wereldoorlog. In 1918 zoekt een getraumatiseerd Europa uit alle macht naar heling, via nieuwe ideeën en vormen. Optimisme en onzekerheid strijden om de voorrang. De opkomst van totalitaire regimes, de beurskrach in 1929 en het toenemend nationalisme hebben hun weerslag op het artistieke klimaat. Kunstenaars verlaten het expressionisme en richten zich op het hier en nu, op de tastbare werkelijkheid. Door heel Europa ontstaan realistische stromingen, divers en toch verwant, vanuit een universeel verlangen naar herstel. Kunstenaars grijpen terug op figuratie en ambachtelijke technieken, want ze streven ernaar om het eigen tijdsgewricht zo objectief mogelijk vast te leggen.

Een voorbeeld is de bijna ijzige weergave van een dode soldaat wiens voet is afgerukt, in 1920 geschilderd door Robert Angerhofer. ‘Meisje op zondag’ (1921) van Otto Dix heeft ondanks de heldere kleuren iets deprimerends: het kind zit netjes aangekleed en moederziel alleen in een opgeruimde huiskamer; een raam kijkt uit op de blinde muren van kille gebouwen. Aangrijpend is het bijna breugeliaanse, ietwat naïef-realistische ‘Rekwisitie’ (1929) van Krsto Hegedušić. Soldaten in een winters boerendorp nemen de ossen en wagens van gewone mensen in beslag. Er wordt gehuild en geschreeuwd, mensen worden afgeranseld; een witte gans fladdert geschrokken weg.

Fortunato Depero: The New Babel (Scenario Plastico Mobile), 1930. Museo di Arte Moderna e Contemporanea di Trento e Rovereto (Mart), Fondo Depero © Pictoright

Sociale ongelijkheid

Sociale ongelijkheid komt genadeloos naar voren. Een van de somberste en hartverscheurendste doeken is ‘Kinderen voor een etalage’ (1924) van Martin Nagy. Twee hongerige kinderen, de een slechts gekleed in een dunne jas, vergapen zich aan de taart in een bakkerswinkel, maar hun ogen staan dof en berustend. Een schril contrast met de mondain geklede ‘Zussen’ (1929) van Jenő Medveczky. Of met ‘Marguerite Kelsey’ (1928) − tevens beelddrager van deze expositie − die door Meredith Frampton in een behaaglijk ogend interieur is geplaatst.

Diversiteit

Dat diversiteit eveneens in Europa doorsijpelt, toont Lotte B. Prechner met ‘Tijdperk’ (1928): een goedgeklede zwarte man, type Obama, leunt nonchalant tegen een toonbank, een stapel boeken onder handbereik. Ludomir Sleńdziński gebruikte voor zijn ‘Senegalezen’ (1928) een oogverblindend vermiljoenrood; in de catalogus blijkt dit helaas een van de werken die bij fotografie aan kleur hebben ingeboet. Alle lof echter voor vormgever Rolf Toxopeus, die er mede voor zorgde dat op zaal elk werk subliem tot zijn recht komt. European Realities is kortom de apotheose van dit jubeljaar.

Te zien t/m 1 februari 2026. Museum MORE, Gorssel.
Parallel aan deze tentoonstelling verscheen een rijk geïllustreerd boek in het Nederlands/Engels. Met een inleiding op de tentoonstelling door Anja Richter en Florence Thurmes, en een essay van Julia Dijkstra. WBooks, 2025. 

Waardeer je dit artikel?

Dan mag je dat ook laten blijken met een financiële bijdrage. Zo help je mij om als freelancer te blijven werken!

Mijn gekozen donatie € -