Requiem voor een duivelskunstenaar
Beeldende kunst

Requiem voor een duivelskunstenaar

De Stichting Jheronimus Bosch 500 wordt straks opgeheven, want met de afsluiting van het Bosch-jaar is haar doel bereikt.
Maar wel blijft één rubriek van het festival voortbestaan: het jaarlijkse Bosch Requiem. Op 4 november klinkt de wereldpremière van het ‘Requiem voor Jheronimus Bosch’ van Detlev Glanert. In de Sint-Janskathedraal, die ook de schilder zelf indertijd vaak bezocht.

(deKlank, 4 november 2016)

Op 28 april 2016 kreeg de Stichting Jheronimus Bosch 500 een fonkelnieuwe partituur overhandigd. Marc Versteeg, artistiek manager van het ‘Bosch Requiem’ en zelf dirigent, steekt zijn enthousiasme niet onder stoelen of banken. Sinds 2010 al organiseert de Stichting Jheronimus Bosch 500 rond Allerzielen een requiemconcert voor haar geniale plaatsgenoot, van wie in geheel Den Bosch overigens geen schilderij meer te vinden is.
“Tja, voorgaande generaties zijn niet altijd even oplettend met hun erfgoed omgesprongen,” concludeert Versteeg. “Hopelijk hebben we met onze Bosch 500-manifestatie weer iets kunnen rechtzetten.”

Internationale uitstraling

Bewust begon de stichting in 2010 al met de activiteiten rondom het 500ste sterfjaar van Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516). Mede dankzij die zorgvuldig opgebouwde climax kon het moment suprême – de grote Bosch-manifestatie anno 2016 – een internationale uitstraling krijgen. Marc Versteeg: “We hebben in 2009 ook het Koninklijk Concertgebouworkest al uitgenodigd voor het Bosch Requiem 2016 en gezegd: ‘Wat zou het ontzettend mooi zijn om dan met een nieuw werk te komen!’”
De compositieopdracht ging naar de Duitse componist Detlev Glanert (1960). Versteeg: “Met dit concert willen we namelijk graag vijf eeuwen geschiedenis overbruggen. En Glanert heeft een grote en diepgaande kennis van de traditie. Zo verwijst hij in zijn Bosch Requiem naar Heinrich Isaac, een tijdgenoot van Bosch, maar ook naar schilderijen van Bosch zelf. Hij heeft een sterke affiniteit met de thematiek en kan prachtig orkestreren. Ik heb hier echt een bijzonder kleurrijke orkestpartituur voor me liggen!”
Detlev Glanert bezocht Den Bosch verschillende malen tijdens het compositieproces, onder meer om de Sint-Janskathedraal te verkennen qua historie en akoestiek. Hij maakt dan ook optimaal gebruik van de ruimte, aldus Versteeg: “Hij voert bijvoorbeeld een ‘Fernchor’ op, vanuit de verte zingend met begeleiding van het hoofdorgel. Eigenlijk vergelijkbaar met wat Gabrieli in de San Marco deed.”

Visioen

Volgens Versteeg weet Glanert ook het ‘demonische karakter’ van Bosch’ werk meesterlijk te vertalen. Alleen al door de keuze van de teksten, met de Latijnse liturgie als rode draad. Ook putte hij uit de Openbaring van Johannes, het apocalyptisch visioen dat de evangelist kreeg en beschreef op het eiland Patmos, zoals ook een beroemd schilderij van Bosch laat zien. Indertijd geschilderd voor ‘zijn’ Sint-Janskathedraal, hangt het nu in Berlijn, nota bene de woonplaats van Detlev Glanert.
“Het Bijbelboek Openbaring koos Glanert mede vanwege de naam van de kathedraal: Sint-Jan, naar diezelfde Johannes,” vertelt Versteeg. “Hij citeert de tekst over het begin en het einde, de Alpha en de Omega. In zijn Requiem stelt hij de vraag: ben je verdoemd of ben je gered? Een cruciale vraag in de Middeleeuwen: na je dood werd je afgerekend op je zonden, maar had je een goed leven geleid of voldoende aflaten gekocht, dan kwam je in de hemel.”

Tweede leidmotief vormen de Zeven Hoofdzonden (naar het paneel van Bosch dat nu in het Prado hangt), met als tekst zeven Latijnse ‘Carmina Burana’ uit de middeleeuwse manuscriptenbundel met Vagantenliederen. Onderliggende suggestie is dat de schilder zelf − niet voor niets bijgenaamd ‘den Duvelmakere, de Duivelsmaker − zich hier bij voor de Opperste Rechter moet verantwoorden vanwege zijn sardonische, vaak groteske beeldtaal.
“Het is de aartsengel Michael, een rol voor spreekstem, die zowel Jheronimus Bosch oproept als de demonen van de Zeven Hoofdzonden. Maar uiteindelijk loopt het goed af,” glimlacht Versteeg, “want het Requiem eindigt gewoon met ‘In Paradisum’.”

Wereldgodsdienst

En in dit slotdeel komt Bosch’ leeftijdsgenoot Heinrich Isaac om de hoek kijken, met de oudste vorm van zijn legendarische melodie ‘Innsbruck, ich muss dich lassen’; de elegie van een banneling, die afscheid moet nemen van zijn stad en van zijn geliefde. De tekst is later voor protestants-kerkelijk gebruik aangepast naar ‘O Welt, ich muss dich lassen’ en langs die weg in brede kring beroemd geworden.
“Het bijzondere is dat je de melodie als vioolsolo hoort, op het moment dat het koor ‘In Paradisum’ zingt,” vertelt Versteeg. “Dat vind ik zó ongelofelijk goed gevonden: die verwijzing naar het afscheid van je stad, van je geliefde, maar ook een afscheid van het leven… Het is alsof dit Requiem daarmee het specifiek katholieke of lutherse karakter ontstijgt, alsof je wordt opgenomen binnen een alomvattende wereldgodsdienst.”

In totaal zal het Glanerts ‘Requiem voor Jheronimus Bosch’ ongeveer 75 minuten duren. De vraag rijst evenwel hoe vaak dit kennelijk interessante, zo niet monumentale werk daarna nog zal weerklinken. Het trieste aan veel nieuwe muziek is immers dat het veelal bij een première blijft…?
Marc Versteeg: “Inderdaad, en daarom zijn we ook zo blij dat dit Bosch Requiem op 5 november in het Concertgebouw wordt uitgevoerd. Bij het verstrekken van de opdracht is meteen afgesproken dat er twee versies zouden komen: één voor een kathedraal en één voor een concertzaal. Bovendien verschijnt er binnenkort een dvd met een boekje over dit Bosch Requiem.”
Lachend: “Misschien is het handig om die dvd ook alvast in je artikel te vermelden. Want het concert op 4 november dreigt uitverkocht te raken.”

 

Detlev Glanert: ‘Requiem voor Jheronimus Bosch’ (wereldpremière). Groot Omroepkoor, Koninklijk Concertgebouworkest & solisten o.l.v. Markus Stenz.
Sint-Janskathedraal Den Bosch (4 november 2016) en Concertgebouw Amsterdam (5 november 2016). Zie www.bosch500.nl

Geef een antwoord