Beeldende kunstCultuurRecensie

‘Kleine meester’ Hermanus Berserik op zoek naar evenwicht en poëzie

Hermanus Berserik (1921-2002) was een ‘kleine meester’. Zonder vernieuwingsdrang, zonder eigen school. Een virtuoos vakman, die zijn eigen wereld herschiep en elk detail daarin koesterde. ‘De wereld onder een stolp’  heet de overzichtsexpositie in Museum MORE.

Beeld: Hermanus Berserik: ‘Françoise met haar duiven’ (1963)
particuliere collectie – Pictoright 2017

Margaretha Coornstra

Het was op een koude winteravond, ruim een kwarteeuw geleden, dat ik kennismaakte met het werk van Hermanus Berserik. Ik bezocht een galerie in Oost-Nederland, waar hij een lezing hield: een diapresentatie met een persoonlijk praatje. Wat me is bijgebleven, zijn de veelheid aan magisch-realistische taferelen en ‘s mans onderhoudende babbelstijl. Daarbij beleed Berserik hoe hij als kunstenaar de mensheid niet met alle geweld aan het denken wilde zetten, maar vooral ‘schilderijtjes’ maakte waaraan hij plezier beleefde.

Dat hierbij steeds de naam van zijn vrouw Mien Voûte opdook, staat me ook voor de geest. Bij menige dia hoorden we hoe Mien op de rommelmarkt weer een mooi lijstje op de kop had getikt, waarvoor hij grif dit werkje had geschilderd: een landschap, een paar speelse mensfiguurtjes.
“Ik vond dit gewoon leuk,” formuleerde hij simpelweg zijn drijfveer.
“Nou, wij ook!” kirden een paar dames op de eerste rij.
Er werd knus gelachen.

Poppenkast

De beslotenheid van die avond keert terug op de expositie ‘De wereld onder een stolp’. Bij een wand vol kleine werken uit de jaren tachtig en negentig denk ik weer aan de lijstjes van Mien. Ik herken de portretten van zijn kinderen: ‘Françoise en haar duiven’, ‘Teun in de poppenkast’. Ik zie Mien zelf, met hoed en zonnebril op hun zeilboot: ‘Varend over de Oosterschelde’ ,met de summier aangestipte schittering in het water aan de horizon.

Natuurlijk besteedt het MORE flink wat ruimte aan de jonge Berserik (‘Bers’ voor intimi), die allerlei stijlen en effecten uitprobeert. Vleugjes kubisme en fauvisme, felgekleurd expressionisme of een scheut surrealisme. Picasso, Bracque, Willink: allerlei invloeden komen voorbij. Berserik ging er trouwens prat op dat hij al veel eerder Parijs had bezocht dan zijn luidruchtige Cobra-collega’s eind jaren veertig.

Grafiek

Verder besteedt het MORE gepaste aandacht aan Berserik als begenadigd illustrator en ambachtelijk graficus. Als reclametekenaar verdiende hij genoeg geld om in zijn vrije werk geen enkele concessie te hoeven doen aan heersende trends. Plichtsgetrouw ontwierp hij kleurige boekomslagen en theateraffiches. Ook veel zwart-witgrafiek heeft een illustratief karakter, zoals de suikeraquatint-etsen. Hoe perfect hij de etstechniek beheerste bewijst een verzameling miniatuurtjes.

Hermanus Berserik: ‘Zelfportret boven polder’ (1973)  Coll. Museum Bommel van Dam  Pictoright 2017

Het ‘Zelfportret boven de polder’ met die wonderbaarlijk gele schemering heeft iets van een joodse legende; ‘Bers’ als een zwevende rabbijn boven het vlakke en strakke Hollandse landschap. Ondanks de helderheid en zin voor detail hebben veel schilderijen iets dromerigs. Mede door hun kleurstelling en vaak vertekende verhoudingen waan je je soms in een weliswaar herkenbaar 20ste  eeuwse, maar toch betoverde wereld.

Merkwaardige bouwsels

Kunsthistoricus Feico Hoekstra schrijft in de Berserik-monografie ‘Werk’ (2009) over ’s mans “…voorkeur voor merkwaardig samengestelde bouwsels, die ook zijn vele schilderijen van vuurtorens verklaart”. In het MORE komen we die bouwsels en mechaniekjes telkens weer tegen: scheepsmodellen, zeppelins, vliegtuigjes en locomotieven, poppen met ontblote scharniergewichten, oude camera’s.  ‘Camera in ’t gras’ (1974) toont Berseriks meesterschap in de stofuitdrukking van het hout: korte nerfjes, subtiele slijtplekken aan de hoeken.

Opmerkelijk is dat veel schilderijen waarop je eerst olieverf meent te zien – wegens die typische bezonkenheid van kleur − wel degelijk met acrylverf zijn gemaakt, zoals de ‘Grote Zomer’ (1988).
In deze, toch vaak magisch-realistische, ‘wereld onder een stolp’ heerst een mengeling van weemoed en ironie. En anders dan bij veel stijlgenoten wordt het er nooit beklemmend of onherbergzaam. “Ik wil de beschouwer niet schokken,” zei Berserik in 1973 al. “…Het enige wat ik zoek is rust, evenwicht, een beetje poëzie.”

Te zien t/m 21 januari 2018. Zie www.museumMORE.nl