Een synthese van twee werelden
Beeldende kunst

Een synthese van twee werelden

De Nederlandse pianiste Saskia Lankhoorn heeft een ferme staat van dienst opgebouwd als vertolker van hedendaags repertoire. Haar eerste solo-cd ‘Dances & Canons’ is onderdeel van een project met de Australische componiste en ‘piano-sister’ Kate Moore.

Het Australische landschap. Die uitgestrekte vlakte, het trillen van de horizon. Dat is wat componiste Kate Moore nog het meeste mist, zo bekent ze in het tekstboekje bij de cd ‘Dances & Canons’. Hoewel Moore alweer tien jaar in Nederland woont en werkt, verklankt haar muziek nog steeds de ijle verten van het continent waar ze opgroeide. Want in Australië “…kun je de horizon hóren, er zijn duizenden insecten, vogeltjes en kikkers.”
Vriendin en vertolker Saskia Lankhoorn begrijpt wat ze bedoelt. “Tja, hier in Nederland hoor je hooguit het zoemen van de snelweg. Hoewel, als je op Terschelling zit en je kijkt van het land af, over de zee…”

Saskia Lankhoorn en Kate Moore zijn allebei in 1979 geboren en leerden elkaar kennen aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Kate Moore studeerde daar (na haar bachelor in Canberra) bij Louis Andriessen en behaalde in 2004 haar masterdiploma. Ze werkt alweer jarenlang samen met Saskia Lankhoorn, duidt haar zelfs aan als haar ‘piano-sister’. In april 2013 nam Lankhoorn Moore’s pianocylus op, ‘Dances & Canons’, bijgestaan door sound designer Clare Gallagher. Het resulteerde in Lankhoorns eerste soloalbum, dat in oktober verschijnt en dit seizoen vergezeld gaat van een spectaculaire releasetour langs Nederlandse podia.

Vlindervleugels

“Zo bijzonder, hoe die piano’s door elkaar klinken, als flapperende vlindervleugels…” verzucht Saskia Lankhoorn over de onderdelen ‘Spin Bird’ en ‘Sensitive Spot’.
Bijzonder, inderdaad. Je zou het ook ‘spiritueel’ willen noemen, als dat woord niet zo aan inflatie onderhevig was.
”Ja, en toch denk ik dat we het woord desondanks wel moeten durven gebruiken. Ik weet het, de term ‘spiritueel’ heeft een oppervlakkige, sentimentele lading gekregen. Maar dat is nu precies wat het níet is. Dat geld ook voor de muziek van Kate, die heeft ook die diepere, donkere laag. Een donkere, verborgen wereld… Zoals de natuur prachtig is, maar tegelijk ook vernietigend kan zijn.”

Waarschijnlijk zullen sommige luisteraars onwillekeurig denken aan de beroemde ‘Canto Ostinato’ van Simeon ten Holt, die de laatste jaren een revival beleeft op diverse podia. Eenzelfde weidsheid, weemoed, oneindigheid. Sowieso een sfeer die eigen is aan de minimal music, de trance verwekkende stijl uit de jaren zeventig, waarvan Kate Moore de invloeden in haar werk wel onderkent. Niettemin beschouwt Moore haar composities “…als meer organisch en misschien meer filosofisch,” zoals ze het voorzichtig formuleert in het cd-boekje.
Saskia Lankhoorn: “De tijd van minimal music is ook eigenlijk al voorbij, die hoorde bij een bepaalde periode. Kate’s muziek is geen minimal music in strikte zin, de patronen herhalen zich nooit helemaal. Daardoor kom je ook niet echt in een trance. Haar muziek heeft een meer verhalende structuur.”

Haagse School

Op het eerste gehoor bedient Kate Moore zich van een lieflijk en merendeels tonaal idioom. Niet iets wat je meteen met de rechtlijnigheid van componist Louis Andriessen associeert.
“Nou, dat je bij iemand studeert, wil natuurlijk niet zeggen dat je diegene kopieert. En ik denk ook zeker dat Louis wil dat studenten hun eigen weg zoeken volgen, dat hij geen stempel op hen wil drukken. Maar als je luistert naar ‘Joy’: dat is alleen solo piano, zonder die gelaagdheid. Dat past echt bij die forsere Haagse techniek, de Haagse School van Louis Andriessen. En Kate’s muziek is in principe heel metrisch opgeschreven. Je speelt wat er staat: ook weer typisch Andriessen. Hoe meer je er zelf aan toevoegt, hoe verder je van de bedoeling verwijdert raakt. De noten staan er en die zijn van zichzelf al goed, een beetje net als bij Bach. En dat is ook wat mij erin aantrekt.”

Wat haar bovendien aantrok, was de ruimte voor theatrale elementen. “Toen ik Kate’s muziek voor het eerst hoorde, voelde ik opeens een synthese van twee werelden die ik allebei in me heb. Kijk, ik heb piano gestudeerd bij mensen als Naum Grubert en Marcel Baudet, binnen de Russische romantische klaviertraditie. Maar ik ben ook dol op popmuziek: Radiohead, Massive Attack… En Spinvis natuurlijk, een groot poëet. En ik vind het leuk om rondom de muziek een mooie show neer te zetten. Neem nu ‘Sensitive Spot’, met acht speakers – die muziek is heel ruimtelijk. Dus ik heb ontwerper Maarten Warmerdam gevraagd om een lichtkunstwerk te maken.”

iPad

Warmerdam creëerde een ronde schijf van licht, die hij zelf omschrijft als ‘een sferische spiegel’ en ‘een licht uit de hemel dat kan wisselen van intensiteit, kleur en contrast’. Hij liet zich daarbij inspirerend door de verdeling van kleur en ruimte in de zinderende schilderijen van de Amerikaanse schilder Mark Rothko (1903-1970).
“Echt waanzinnig,” zegt Lankhoorn verrukt. “Het is een soort zon geworden, en daaronder ben ik via mijn iPad aan het spelen… Ja inderdaad, mijn iPad. Kijk, daar heb je nog zo’n gevaarlijk, beladen woord: ‘electronica’. Iets uit de jaren zeventig, dat voor veel mensen een negatieve klank heeft gekregen. Wat natuurlijk ook onzin is. Het gaat immers over muziek, ik speel gewoon met muziek! Oké, de klep is van de vleugel af, ik heb een oortje in en ik gebruik de iPad. Maar het gaat nog steeds allemaal over echte noten, die ik gewoon op de piano heb ingespeeld.”

Als 19-jarige beleed ze tijdens een interview met Trouw dat ze “met muziek iets tegen egoïsme wilde doen.” Weet ze nog wat ze daarmee bedoelde?
“Haha, heb ik dat gezegd? Misschien bedoelde ik dat je als pianist vaak solist bent. En dat vind ik ook heerlijk, maar ik wil geen solist zijn op de traditionele manier. Ik wil een nieuw publiek bereiken in een minder afstandelijke setting, ik wil dat de mensen om me heen zitten.” Enthousiast: “ Daarom past dit project ook zo goed bij het label ECM! De initiatiefnemer, Manfred Eicher, is van huis uit afkomstig uit zowel de klassieke als de jazzwereld. Ik bezocht met mijn man (pianist Wolfert Brederode, MC) een presentatiefilm over ECM. Bij die gelegenheid raakte ik heel gewoon met Manfred Eicher aan de praat over ‘Dances & Canons’, ongeveer net zoals ik nu met jou praat. En warempel, de volgende dag belde hij al: ‘Kom maar, we gaan het opnemen!’ Ja, dat was echt zo’n heel bijzonder moment dat me zal bijblijven.”

Misschien kun je met muziek ook iets tegen egoïsme doen, doordat muziek soms heel eventjes het goede, het pure in de mens aanraakt?
“Ja, maar daarvan durf ik niet te pretenderen dat ík dat doe, dan zou ik bijna een soort medium zijn. Het gaat niet om míj, maar om de muziek zelf. Die muziek gaat via mijn armen de wereld in. Dus mijn ego moet op dat moment helemaal weg zijn.” Lachend: “ Maar het gekke is: wanneer ik als artiest naar al die podia bel om te vragen of ik daar kan komen optreden, moet ik mezelf dus wél verkopen…! Dat is het dubbele aan dit vak.”

CD: ‘Dances & Canons’, ECM New Series 2344 |481 0963.

Geef een reactie